Tuesday, January 30, 2018

Koppig.


Ik ben een wandelend cliché. Ik ben onzeker, kwaad, onrustig en bang. Zoals op mijn vijftiende. Maar dan met een ouder hoofd. Leeftijd is maar een getal zei ik altijd. Maar mijn lijf wordt natuurlijk onverbiddelijk ouder. Mijn geest houdt dat niet bij. Mentaal ben ik nog niet bereid me over te geven aan nieuwe levensvragen of problemen. En dat maakt me in de ogen van anderen naïef. En in mijn eigen ogen kwetsbaar. Waarom wordt Jon nu niet realistischer en verstandiger?

Mijn hoofd was er nog helemaal niet mee bezig. Met ouder worden. Mijn geest is nog teveel gericht op de eerste fases met alle daarbij horende vraagstukken. Mijn eigen oude passies en voorkeuren. Die wil ik trouwens ook helemaal niet loslaten. Maar ik word steeds vaker met U aangesproken. Mijn leeftijdsgenoten houden zich tegenwoordig al voortdurend obsessief bezig met hun gezondheid of met de gezondheid van anderen en dingen als elektrische fietsen. Ik hoor al te lang en te vaak belegen grappen. Humor als wapen tegen de niet te stoppen aftakeling?  "Ga er maar in mee want vechten heeft toch geen zin" is het advies. Dus hier is straks die vreemde enge pop voor je deur, hier hangen de grappige posters met opmerkingen over mosterd en wijsheid die met de jaren komt. Als je het allemaal niet grappig vindt ligt dat aan jou. En zo probeert je omgeving die acceptatie door je strot te duwen. Want anders is het niet gezellig voor de mensen om je heen. 

Ik ben geen “babyboomer” die klaar is om te genieten van haar pensioen of voortdurend over haar inkomen klaagt. Ik ben een adept van Generatie X en moet gewoon nog twintig jaar werken. En daar gaat de samenleving de fout in, niet ik. Want de verwarring zit niet bij mij. De samenleving kan gewoon niet kiezen. Ze verwacht immers een heleboel van mij. Dat ik mijn verworven ervaring en wijsheid blijf aanwenden voor het algemeen belang. Dat ik mijn steentje bijdraag aan het geheel. Dat ik straks liefst zo lang mogelijk gezond, zelfstandig en vooral productief en goedkoop blijf. Maar ook op tijd aan de kant stap om plaats te maken voor de generaties na mij. Want je wordt hoe dan ook uitgerangeerd. Werkgevers en trendwatchers mijden je als de pest als je niet jong, plooibaar en flexibel bent. Ik heb heus wel genoeg schijt aan alles om hier niet een podium voor mijn generatie te willen claimen om een klaagzang te houden. Ik ben geen slachtoffer. Maar ik ben ook nog niet klaar om onzichtbaar te worden. Ik vind het hoe dan ook een beetje angstaanjagend dat ik niet leef in een vriendelijkere cultuur waar alle mensen hun waarde hebben. Je bent hier jong en mooi of niets...

Het concept van fear of missing out is voor mij hoe dan ook echt. En het is iets anders dan de telefoonverslaving van een puber. Het is mijn irrationele maar wel degelijk echte angst voor die tweede helft en het rusteloze gevoel dat me al maanden tergt. Over dat ik niet mijn volledige potentieel heb gebruikt en dat de tijd om dat nog te doen nu ook voorzichtig aan het opraken is. Ik zie alle paden die ik niet heb bewandeld en ben opeens bang dat ik spijt krijg dat ik ze ben voorbij gelopen. Terwijl ik maar op één pad kon lopen, maar één vrouw ben....Ik heb daar nooit last van gehad. Waarom nu opeens wel? Die lat...heb ik die daar dan niet zelf neergelegd? Terwijl ik tegen degenen die na mij kwamen steeds heb gezegd dat je die lat nooit uit handen moet geven. Hier moet ik wel last hebben van hoe mijn omgeving dicteert wat de moeite waard is en wat niet.

En wie moet ik om raad vragen? Ik ben al verraden door de vrouwen om me heen die me voorgingen. Met hun misplaatste berusting en eeuwige zelfopoffering en hun eigen strakke ontkenning over het ouder worden. Het motto van die vreselijke generatie is dat je tenslotte ook nog voor je kleinkinderen kunt zorgen straks... alsof ik die keuze voor mijn kinderen maak. En als ik die vrouwen wat vroeg? "Nooit ergens last van gehad, niet klagen maar dragen". Aan hun wijsheid heb ik helemaal niets gehad. Hun misselijkmakende acceptatie van alles wat ze voor hun kiezen krijgen heb ik altijd veracht. Ik ben niet zo nobel. 

Ik ben ook niet zo spiritueel. Ik ben helemaal niet bereid om dit te vieren. Met al die andere blije vrouwen om me heen die alles zo lekker los kunnen laten met hulp van rituelen, meditatie, zelfhulpboeken en yogamatten. Die positief dansend afscheid nemen van hun laatste eisprong. Met hun mierzoete optimisme en dapperheid. Met hun ongevraagd advies, vermeende zelfkennis en keiharde oordeel over de rest. "Je sport niet genoeg, je rookt te veel, je gedraagt je niet naar je leeftijd...". Ik heb niets aan hun solidariteit, omdat ik er nooit echt iets aan heb gehad. Vrouwen onder elkaar vond ik altijd al lastig. Ik vecht (en meestal win) liever alleen tegen mijn eigen demonen. Ik ben misschien toch wel een eiland. 

En zo is het altijd geweest. Ik ben nog steeds in verzet over hoe de dingen gaan. Mijn naïeve, onuitputtelijke en (naar mijzelf toe helaas) compassieloze verzet. Ik weet niet wie ik wil zijn. Maar ik weet wie ik ben.


No comments: