Ik rouwde, studeerde en had geduld.
Ik vond een baan afgelopen februari. Ik was eufoor. Een kleine anderhalve maand lang. En nu is het mei. En ik ben....in de war.
Ik werk in een team waarin het merendeel van de mensen me doet denken aan mijn lagere schooltijd. Ik pas er niet in. Ik kan niet tegen de gemene roddels en bijnamen, de flauwe grappen over mensen die net naar buiten zijn gelopen, niet tegen de halfbakken managers-taal, niet tegen de feedback die geen feedback is, maar een mengsel van terechtwijzingen en spot. Ik kom nergens op tijd, leg dingen niet snel genoeg op de goede plek terug, luister niet goed genoeg naar aanwijzingen en ben te afwachtend, te stil en eigenlijk ook wel een beetje raar. Iedereen op deze werkvloer is wellicht aan het overleven, en als dat over de rug moet van iemand die de codes niet kent, dan is dat maar zo. En raad eens wie degene is die de codes niet kent.
Werken in een dorp is een hel. Iedereen kent iedereen en zijn moeder. De gesprekken gaan over het kopen van huizen, de slechte roostermaker die de diensten indeelt, mensen op tv waar ik nog nooit van heb gehoord. Men vind iets van buitenlanders, van mensen die niet gender normatief of anderszins "afwijkend" zijn, van de manier waarop mensen zich kleden en van de dingen die ze wel of niet lusten. Gewoon zou je denken. Maar ik kan er niet aan wennen. Het werk met de bewoners ligt me eigenlijk gek genoeg wel. Ik ben gewend aan een lastige doelgroep. Al is dit binnen de zorg een harde leerschool. Deze mensen zijn deels passief of kunnen niet meer communiceren met hun omgeving. Ik help zwaar demente mensen met opstaan, douchen en aankleden. Ik was ze, trek hun steunkousen aan, til ze in hun rolstoel en knoop hun schoenveters. Ik luister naar hun zorgen en verhalen. Ze willen bijna allemaal naar huis. Ze willen niet in een tehuis wonen. Sommigen denken dat ze op vakantie zijn, en genieten van de bingo, het eten, de koffie om twee uur en het rondlopen door het gebouw. Alsof ze op een cruise zijn. Sommigen hebben een geweldig gevoel voor humor. Maar dat is de minderheid. De meesten zijn bang, verdrietig, de weg kwijt, kwetsbaar en boos. Ze lopen de hele dag aan deurklinken te rammelen op zoek naar de uitgang. Ondertussen begin ik steeds meer op ze te lijken.
De opleiding zelf is heerlijk. Ik hou van leren, van kennis tot me nemen, van anatomie, van het trainen van nieuwe vaardigheden, van de omgeving waarin mensen hun eigen groei controleren. Bekend terrein. Maar zodra ik de zorginstelling inloop zijn er zoveel alarmbellen die afgaan, ik heb ze al te lang genegeerd. Ik loop daar keihard tegen mezelf aan. Ik ben daar onhandig en geloof niet in mezelf. Ik twijfel aan alles en ik schaam me een beetje. Ik wil niet falen. Ik wil niet toegeven dat ik me misschien vergist heb. Dat dit toch niet is wat bij me past. Ik ben hier een beetje bang. Niet voor het gegeven dat de mensen waar ik een band mee opbouw alleen maar hier zijn om te sterven, niet voor de uitwerpselen en de irrationele felle emoties, niet voor de ziektes of getuige zijn van dit eeuwige aftakelen. Niet voor waar ik van te voren van dacht dat ik er moeite mee zou hebben. Nee. Niets van dat alles. Gezichtsverlies, gekrenkte trots, onzekerheid, niet serieus genomen worden...dat zijn nu mijn grootste angsten.
En ik begon met een enthousiasme waar ik nu zelf ook wantrouwig van wordt. Was ik vooral opgelucht? Dat ik ergens wel nodig was? Dat ik ergens wel een verschil kon maken? Was ik te gretig? Heb ik mezelf overschat? Ben ik te lang goed geweest in wat ik doe en moet ik nu opnieuw ervaren hoe het is als je helemaal opnieuw begint? Zit hier ergens een les in voor mij?
Nee, Ik wordt niet gek. Ik kom er wel uit. Ik ben koppig. Ik steek veel energie in het mezelf vrij denken.
Ik weet dat ik niet in een fuik zit, alleen moet mijn lichaam dat nog voelen. Ik kan op een andere plek gaan werken, helemaal stoppen met dit beroep, terug voor de klas of coachen, een tijdje helemaal niets doen zonder uitkering, opnieuw een opleiding volgen, alles is mogelijk. Ik kan gewoon elke dag opnieuw beginnen. En zodra ik dat weer door heb, zal ik me beter voelen. De mist zal opklaren.

No comments:
Post a Comment