Wednesday, October 08, 2008

Hun kampioen.

In een schrijven van de SP, OK, ik geef toe, een tamelijk linkse bron dus, maar daarom niet minder gedegen uitgezocht door Ronald van Raak, las ik een tijd terug een artikel over de blonde god uit Venlo.
De man die door 'het volk' wordt gezien als de nieuwe messias die hun zal verlossen van de armoede en de hopeloosheid, voor zover aanwezig in dit land.
'Het volk' voelt zich kennelijk goed vertegenwoordigt door deze 'gewone jongen', die op het eerste gezicht hun taal spreekt en hen begrijpt, en uiteraard het allerbeste met ze voorheeft.
Het hele artikel lezen, aanbevolen, wordt misschien een latertje....lees anders de samenvatting:
Geert Wilders zegt veel over moslims en migranten, maar hij zegt ook veel over andere mensen en andere kwesties. Dat blijft echter goeddeels verborgen en het lijkt alsof Wilders daar zelf niet rouwig om is. Wie kent eigenlijk zijn pleidooien voor belastingverlaging voor de rijken, voor versoepeling van het ontslagrecht en voor verregaande ontmanteling van de sociale verzorgingsstaat? Of zijn steunbetuigingen aan de politiek van George Bush, aan de oorlog in Irak en aan de bezetting van Palestina? Of zijn voorstel om alle ontwikkelingshulp maar af te schaffen en alle internationale verdragen die hem niet goed uitkomen, eenzijdig op te zeggen?....De ideologie van Wilders is nauw verwant aan het rechtse (neo)liberalisme: hij werkte niet voor niets bijna vijftien jaar voor de VVD en hij bleef ook na het afscheid van deze partij in 2004 trouw aan zijn rechts-liberale beginselen.....In zijn opvattingen over migranten en moslims is hij sinds zijn vertrek bij de VVD sterk geradicaliseerd. Wilders kiest niet voor integratie, maar voor segregatie. Hij wil twee Nederlanden: één voor autochtonen en één voor allochtonen, voor wie andere wetten en regels gelden. Maar boven alles kiest Wilders voor nog een andere tweedeling: tussen mensen die het ruim hebben en mensen die het moeilijk hebben. De voorstellen van Wilders pakken goed uit voor multimiljonairs en multinationale ondernemingen, maar betekenen weinig goeds voor hardwerkende Nederlanders, allochtoon én autochtoon. Mensen met een lagere opleiding, met een lager inkomen, die wonen in een buurt met veel problemen, zijn met Wilders veelal slechter af. Wilders spreekt graag in one-liners. Maar is altijd duidelijk wat hij zegt? .....U kunt geen lid worden van de partij van Wilders. De PVV is ook geen buitenparlementaire ‘beweging’. De partij van Wilders is Haags en heeft maar één lid, en dat is Geert Wilders. U kunt niet meepraten en meebeslissen over de politiek van de PVV, u kunt ook niet weten waar Wilders het geld voor zijn partij vandaan haalt.
Wie is Wilders? Geert Wilders werd in 1963 geboren in Venlo, als nakomertje, na twee zussen en een broer, noemt hij zichzelf een verwende snotaap, een echte lastpak, die deed waar hij zin in had. Wilders trouwde met de van afkomst Hongaarse Krisztina. In 1990 werd hij beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie van de VVD, aangetrokken door het politieke optreden van toenmalig VVD-leider Frits Bolkestein. Wilders werd bekend als snoeiharde woordvoerder op sociale zaken, die een warm voorstander was van het verder uitkleden van de WAO en andere vormen van sociale zekerheid. Vanaf 1994 maakte de VVD deel uit van de regering. Tijdens de paarse kabinetten werkte Wilders samen met PvdA en D66 aan de politiek van meer markt en minder overheid, van afbraak van sociale zekerheid en uitverkoop van publieke diensten. Als deelgenoot in de coalitie van VVD, PvdA en D66 is hij medeverantwoordelijk voor het mislukte integratiebeleid dat in die jaren werd gevoerd. Bij de verkiezingen van mei 2002 werden VVD en PvdA afgerekend op deze politiek. De LPF, de partij van de kort daarvoor vermoorde Pim Fortuyn, won deze verkiezingen. Ook na 2002 bleef Wilders verantwoordelijk voor integratiebeleid, toen de VVD met het CDA de eerste twee kabinetten van Balkenende vormde. In al de jaren dat hij Kamerlid was voor de VVD, heeft Wilders naar eigen zeggen nooit afwijkend gestemd. Hij was lange tijd eerder braaf dan dwars.
In 2004 pleitte Wilders, samen met onder meer zijn fractiegenoten Hans van Baalen en Gert-Jan Oplaat, openlijk voor een nóg rechtsere, ‘conservatief-liberale’ koers van de VVD. Geen zekerheid, maar zelfredzaamheid.
Na zijn afscheid van de VVD ging Wilders op zoek naar nieuwe politieke vrienden. In januari 2006 trad Bart-Jan Spruyt, de voormalige directeur van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting, in dienst van wat vanaf nu de Groep Wilders heette. Neoconservatieven, zo zagen Wilders en Spruyt, hadden in de Verenigde Staten veel invloed op de regeringen van George Bush. Op sociaal en economisch gebied wilden deze neoconservatieven zo weinig mogelijk invloed van de overheid; hier geloofden zij in de zegeningen van de marktwerking. Anders was het gesteld met de bemoeienis van de overheid als het gaat om orde en veiligheid, hier zagen zij wél een grote rol weggelegd voor de overheid en hadden zij juist veel vertrouwen in de sterke arm van de staat. De Onafhankelijkheidsverklaring, het beginselprogramma dat Wilders in 2004 na zijn vertrek uit de VVD schreef, gaat in hoofdzaak niet over migranten – Wilders’ latere stokpaardje – maar vooral over belastingverlaging en meer vrijheid voor ondernemers.
Lagere belastingen voor mensen en bedrijven moeten vooral zorgen voor een ‘positief ondernemingsklimaat’. Daarnaast moet het mes in de sociale voorzieningen en kan het minimuminkomen worden afgeschaft. De arbeidsmarkt moet verder worden geflexibiliseerd en bedrijven moeten mensen gemakkelijker kunnen ontslaan. Wilders toont zich bepaald geen vriend van de vakbonden; zij worden wat hem betreft tandeloos gemaakt, en de door hen afgesloten cao’s worden niet meer algemeen verbindend verklaard.
Vrijheid betekent voor Wilders dat de overheid zich zo min mogelijk moet bezighouden met sociale zekerheid. Hij doet vooral een beroep op de ‘zelfredzaamheid’ van burgers. Tot zover de neoliberaal Wilders.
Als het gaat om orde en veiligheid, dan blijkt uit de Onafhankelijkheidsverklaring juist een groot geloof in de maakbaarheid van de samenleving. De overheid moet mensen preventief kunnen arresteren en burgers hun grondrechten kunnen ontnemen. Hier spreekt de neoconservatief, die Wilders ook is.
Over de meeste onderwerpen spreekt Wilders zich in zijn beginselverklaring echter helemaal niet uit. Over zaken als gezondheidszorg, vervoer, woningbouw, ruimtelijke ordening, natuur en milieu, wetenschap en cultuur, jongeren- en ouderenbeleid, internationaal beleid en financieel beleid, is in dit politieke programma niets te vinden.
In de wereld van Wilders wonen geen eigenzinnige mensen, maar zijn mensen vooral onderdeel van een cultuur. Neoconservatieven geloven dat deze verschillende religieuze culturen niet vreedzaam naast elkaar kunnen bestaan. Alleen door met elkaar de strijd aan te gaan kunnen culturen sterk worden en overleven. Neoconservatieven als Spruyt menen dat burgers met een islamitische achtergrond wezensvreemd zijn aan ons land en zich alleen kunnen aanpassen als zij hun religie afzweren. Wilders stelt dat ‘de Nederlandse cultuur gebaseerd is op christelijk-joodse en humanistische waarden en niet op die van de islam. Dit betekent volgens hem dat mensen met een islamitische achtergrond niet passen in onze samenleving: ‘Democratie en islam zijn dus onverenigbaar. Nederlandse moslims moeten daarom niet als gelijke burgers worden behandeld: zij hebben niet dezelfde rechten om omroepen te hebben, scholen te stichten of gebedshuizen in te richten. Nederlandse moslims mogen preventief worden opgepakt, krijgen niet dezelfde grondrechten als andere Nederlanders en kunnen bij een overtreding het land worden uitgezet. Wilders rechtvaardigt deze vorm van ‘apartheid’ met de stelling dat deze maatregelen zouden passen bij de ‘islamitische cultuur’. ‘Als Nederland zich op dit punt zou aansluiten bij regelgeving uit Marokko zal het daar perfect worden begrepen’...
Voetnoten: 1. Wouke van Scherrenburg, Mannen op het Binnenhof, Amsterdam 2007, p. 47-8, 2. Geert Wilders, Kies voor Vrijheid. Een eerlijk antwoord, z.p. 2005, p. 9, 3. idem, p. 27, 4. idem, p. 30, 5. idem, p. 33, 6. idem, p. 108, 7. idem, p. 122, 8. idem, p. 85, 9. idem, p. 66, 10. NRC Handelsblad, 21 april 2007, 11. http://bartjanspruyt.blogspot.com/2007/01/ weimar-in-aanbouw-deel-1.html
Iedere les opnieuw moet ik de discussie aangaan met leerlingen over het charisma van deze man, en aanhoren dat hij het allemaal gaat oplossen voor ze; de problemen op straat, hun blanco toekomstperspectief, hun gevoel van machteloosheid...
Helaas zijn die leerlingen niet geïnteresseerd in de lange-termijn-gevolgen van een eventuele coalitie aangevoerd door deze zelfverklaarde kampioen van het gewone volk...
Misschien moet ik ze vaker voorhouden dat de PVV het gedoogbeleid wil afschaffen.

No comments: